gekromd en verweerd als
poreus steen waaruit het
bloed langzaam wegsijpelt
stil liggen ze daar, handen,
te oud om nog iets te doen,
te zwak om ze nog te ballen
de jaren af te lezen aan de
littekens van de wonden
die de tijd heeft geslagen
nu nog open, vragend
terwijl de laatste korrels
fijn zand er uit waaien
gekromd en verweerd
maar toch elke avond,
gevouwen in dankbaarheid
Bovenstaand gedicht gaat over mijn moeder, die langzaam het zicht op de werkelijkheid verliest daar zij dementerende is. Ze leeft heel tevreden in haar kleine wereldje en wordt vliefdevol verzorgd. Ik weet haar geborgen onder Gods eindeloze liefde. Heb het als kind er best moeilijk mee, vandaar dit schrijven wat voor mij een manier is om er mee om te kunnen gaan.
Hendrik Jan Jansen.